Veel mensen herkennen dit: vroeger leek slapen vanzelf te gaan. Je lag in bed en viel vrijwel direct in slaap. Tegenwoordig liggen veel mensen langer wakker of worden ze vaker ’s nachts wakker. Hoe komt dat eigenlijk? Je leest ’t in dit artikel!
Waarom sliepen we vroeger eigenlijk beter dan nu?
Als je met mensen praat over slapen vroeger, hoor je vaak dezelfde herinnering. Je ging naar bed, draaide je nog een keer om en viel in slaap. Geen urenlang piekeren, geen eindeloos draaien in bed. Veel mensen herkennen dit gevoel en vragen zich af waarom slapen tegenwoordig soms moeilijker lijkt. Het antwoord ligt niet in één oorzaak, maar in een combinatie van veranderingen in ons dagelijks leven.
Vroeger waren de avonden vaak rustiger. De televisie had een vast einde van de uitzending, daarna werd het stil in huis. Er waren minder apparaten die nog om aandacht vroegen en minder informatie die je hersenen bezig hield. Daardoor ontstond er vanzelf een moment waarop de dag echt voorbij was. Je lichaam kreeg de kans om langzaam tot rust te komen.
Vandaag de dag ziet een avond er vaak anders uit. Veel mensen kijken nog televisie, scrollen op hun telefoon of lezen nieuwsberichten voordat ze gaan slapen. Je hersenen blijven daardoor actief. Zelfs als je moe bent, krijgt je brein nog steeds nieuwe prikkels. Het gevolg is dat het langer duurt voordat je lichaam overschakelt naar rust.
Daarnaast is de hoeveelheid informatie waar mensen dagelijks mee te maken krijgen enorm toegenomen. Nieuws, berichten, sociale media en werk lopen vaak door elkaar heen. Daardoor kan het gebeuren dat je hoofd juist begint te malen wanneer je in bed ligt. Het moment waarop je wilt ontspannen wordt dan het moment waarop je gedachten nog eens alles van de dag gaan verwerken.
Veel mensen herkennen dat verschil wanneer ze terugdenken aan vroeger. De dag had een duidelijker begin en einde. Daardoor voelde slapen vaak vanzelfsprekender. Je lichaam wist simpelweg wanneer het tijd was om te rusten.
Minder schermen en minder prikkels in de avond
Een van de grootste verschillen tussen vroeger en nu is de hoeveelheid schermen in het dagelijks leven. Televisie bestond natuurlijk al, maar smartphones, tablets en laptops waren er nog niet. Daardoor eindigde de avond vaak vanzelf zonder dat je nog lang naar een scherm keek.
Schermen hebben namelijk invloed op je slaap. Het licht van telefoons en tablets kan je hersenen wakker houden. Je lichaam maakt minder melatonine aan, het hormoon dat ervoor zorgt dat je slaperig wordt. Hierdoor kan het langer duren voordat je daadwerkelijk in slaap valt.
Daarnaast zorgen schermen voor mentale activiteit. Wanneer je een bericht leest, een filmpje kijkt of door sociale media scrolt, blijven je hersenen bezig met het verwerken van informatie. Zelfs als het ontspannend lijkt, blijft je brein actief.
Vroeger bestond de avond vaker uit rustigere activiteiten. Mensen lazen een boek, luisterden naar muziek of praatten met elkaar. Dit soort momenten helpen je lichaam om langzaam af te schakelen. Je hersenen krijgen de kans om van een actieve dag over te gaan naar rust.
Veel mensen herkennen dit verschil wanneer ze een keer bewust hun telefoon eerder wegleggen. Plots voelt de avond rustiger. Je merkt dat je sneller slaperig wordt en makkelijker in slaap valt. Dat laat zien hoeveel invloed de hoeveelheid prikkels kan hebben op je slaap.
Ons natuurlijke dagritme is veranderd
Nog een belangrijke reden waarom slapen vroeger vaak makkelijker leek, is het verschil in dagritme. Veel mensen leefden dichter bij het natuurlijke ritme van licht en donker. Overdag was je actief en zodra het donker werd, ging het tempo omlaag.
Je biologische klok reageert sterk op licht. Wanneer het buiten donker wordt, begint je lichaam automatisch met het aanmaken van melatonine. Dat hormoon maakt je slaperig en helpt je lichaam zich voor te bereiden op de nacht.
Tegenwoordig is dat ritme minder duidelijk. Huizen zijn ’s avonds helder verlicht en schermen geven veel licht af. Daardoor krijgt je lichaam minder signalen dat het tijd is om te slapen. Je blijft langer wakker zonder dat je het doorhebt.
Ook beweging speelt een rol. Vroeger waren veel dagelijkse activiteiten fysieker. Mensen liepen meer, werkten vaker met hun handen en brachten meer tijd buiten door. Die beweging zorgt ervoor dat je lichaam natuurlijke vermoeidheid opbouwt.
Vandaag de dag brengen veel mensen een groot deel van de dag zittend door. Achter een bureau, in de auto of op de bank. Je hoofd kan daardoor moe zijn van alle informatie, terwijl je lichaam nog niet echt uitgeput voelt. Dat maakt het soms lastiger om in slaap te vallen.
Veel mensen herkennen dit gevoel: je bent mentaal moe, maar je lichaam voelt nog te wakker om direct te slapen.
Tips om tegenwoordig toch beter te slapen
Hoewel het leven tegenwoordig voller en sneller is dan vroeger zijn er gelukkig wel dingen die je kunt doen om je slaap te verbeteren. Kleine aanpassingen in je avondroutine kunnen al een groot verschil maken.
Een belangrijke stap is het verminderen van schermgebruik in de avond. Probeer bijvoorbeeld een uur voordat je gaat slapen je telefoon, tablet of laptop weg te leggen. Hierdoor krijgen je hersenen de kans om rustiger te worden en kan je lichaam beter melatonine aanmaken.
Ook een vast slaapritme helpt. Door elke dag ongeveer op dezelfde tijd naar bed te gaan en op te staan raakt je lichaam gewend aan een bepaald ritme. Daardoor wordt het makkelijker om in slaap te vallen en word je vaak uitgeruster wakker.
Beweging overdag kan ook helpen. Een wandeling, fietsen of andere lichte beweging zorgt ervoor dat je lichaam op een natuurlijke manier vermoeid raakt. Vooral daglicht speelt daarbij een belangrijke rol voor je biologische klok.
Daarnaast kan een rustige avondroutine veel doen voor je slaap. Denk aan lezen, rustige muziek luisteren of een kop kruidenthee drinken voordat je naar bed gaat. Dit zijn signalen voor je lichaam dat de dag bijna voorbij is.
Tot slot kan het helpen om je slaapkamer echt als rustplek te gebruiken. Zorg voor een donkere, koele kamer en probeer activiteiten zoals werken of tv kijken in bed te vermijden. Hoe meer je bed gekoppeld wordt aan rust en slaap, hoe makkelijker je lichaam in de slaapstand gaat.
Veel mensen merken dat wanneer ze een paar van deze gewoontes aanpassen hun slaap langzaam verbetert. Misschien voelt slapen tegenwoordig niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger maar met de juiste routines kan je lichaam nog steeds leren om weer beter tot rust te komen.
• Nadi Zoetebier • The future belongs to those who believe in the beauty of their dreams 🙏 • Eigenaar van VolleMaanKalender.nl, liefhebber van astrologie, leven met de maan en spiritualiteit • Moeder van twee zoontjes ’21 & ’25 •